Geachte heer Jones

Auteur: Ike Stubbe

Wellicht heeft u een herinnering waar ik de andere kant van ken. Na de desbetreffende gebeurtenis is er een vraag in m’n hoofd gaan rondzingen. Een vraag waarvan de zoektocht naar het antwoord me jaren heeft bezig gehouden. Deze queeste heeft me een groter inzicht gebracht, maar nog steeds geen antwoord op de vraag.

Het was een Rotterdamse herfstdag. Een strakblauwe lucht. De zon die door de appelgroene bladeren van de kastanjebomen scheen. Althans, zo zag het er vanuit mijn positie uit. U liep naast een man met een korte witte baard en snor en was druk met hem in gesprek. Ik liep u beide tegemoet, genietend van de lenteachtige herfstkleuren en het grappige tafereeltje waar ik net aan voorbij gelopen was. Op het moment dat uw blik op mij viel, begon u te glimlachen en ik beantwoordde met eenzelfde gebaar. Vreemd genoeg kon ik mijn blik pas loswrikken van uw glimlach toen we zo’n drie meter van elkaar verwijderd waren. Ik wilde in de ogen kijken van diegene wiens glimlach zo betoverend was, de persoon erachter zien. Maar vlak voor ik uw ogen kon zien, veranderde alles in uw gezicht. Opeens waren de oogleden wijd gespreid, de wenkbrauwen opgetrokken, uw mond viel open en uw hoofd sloeg lichtjes naar achteren. Alsof iets in mij u beangstigde. Na elkaar gepasseerd te zijn, leek u een betonnen bunker om u heen gemanifesteerd te hebben, met op de achterkant een groot geel en zwart omkaderd bord gemonteerd. Hierop was duidelijk de tekst te lezen: “No trespassing”.

Ik ben opzoek gegaan naar wat in mij u zo’n angst ingeboezemd zou kunnen hebben. Wat voor een monster in mij kon leven. Maar na al wat ik gevonden en ontdekt heb, zou ik zo graag het antwoord van u horen. Dus met uw permissie is mijn vraag: “Vanwaar die angst? Wat heeft u in mij gezien waardoor u zo geschrokken bent?”

1 gedachte over “Geachte heer Jones”

Reacties zijn gesloten.

Scroll naar boven