Auteur: Marjan Soeters

“I’m so very sorry madame” zegt de gendarme tegen me. Ik buig mijn hoofd, speel met mij vingers. Ik ben me bewust van alles in die kamer van het politiebureau, alsof alles daar me aankijkt, wachtend op een reactie en tegelijkertijd onbewogen: de voetbalshawls aan de wand, de omgekrulde filmposter, een lege colafles. Zelfs ik lijk iets van mezelf te verwachten. Nu hoor ik toch in te storten? Te breken? In huilen uit te barsten? Ik voel me een actrice die de hoofdrol speelt in een film over haar eigen leven, maar ik ken blijkbaar als enige het script niet. Wat overkomt me? Ik kijk naar mijn handen, mijn armen, leeg.

Ik voel alleen maar leegte. Spanning van het 24 uur lang wachten op een antwoord sijpelt uit me weg. De ruimte die ontstaat wordt gevuld met afwisselende golven van berusting, paniek die zich met een ijskoude hand om mijn hart klemt, een enorme triestheid en stilte.

Ik zit achterin de auto van de gendarme die me terugbrengt naar ons vakantiehuis. Daar is mijn man, hij weet nog niet dat de helikopter onze zoon gevonden heeft. Mijn gedachten gaan naar eergisterenavond. De avond voor de ochtend dat ons kind even naar buiten ging en niet meer terug kwam. De avond voordat ons huis vol was met gendarmerie. De avond voor de paniek, voor de speurhond, de drones, de zoekteams van het Rode Kruis, de helikopter. De avond toen we nog heel waren.

We zaten in de kamer te lezen, mijn man, zoon en ik. Je kon de zee en de vogels horen. De wind waaide om het huis en liet het binnen tochten en ons dieper in onze truien kruipen alsof het niet hartje zomer was. De kilte. Alsof de natuur al wist meer wist dan wij op dat moment. Er klapperde af en toe één van de luiken. Hij was wat onrustig, mijn zoon, kon zich maar niet concentreren op zijn boek. Toen hij naar bed ging, gaf hij mijn man en mij allebei een lange knuffel. Dat moment, o, ik weet nog dat ik toen wenste dat de tijd zo stil kon blijven staan, het voelde zo goed, ik wilde het niet loslaten. Zijn lange, slungelige puberlijf, zijn zachte huid en tegelijkertijd hoekige kin, kaken en schouders, zijn bos kastanjekleurige krullen. Ik snoof diep zijn geur op en fluisterde in zijn oor “In ben zo blij met jou”. “Ik met jou” fluisterde hij terug.

Ik denk er nog zo vaak aan. Wist hij het toen al? Was het een soort afscheid? Ik ben hem zo dankbaar voor dat moment. Ik hoef mijn ogen maar dicht te doen en heb mijn wang weer tegen de zijn wang, mijn neus in zijn zachte krullen, ruik zijn geur.

Ik wenste toen dat dat moment kon blijven duren en dat doet het.
In mijn hoofd. Voor mijn gesloten ogen.
Opnieuw en opnieuw en opnieuw.
“Ik ben zo blij met jou”
‘Ik met jou”

4 gedachten over “Ik met jou”

  1. Wat een moedig en hartverscheurend verhaal! Huiveringwekkend meeslepend geschreven.
    Ik heb mijn zoon vanmorgen een hele lange knuffel gegeven.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar boven