Auteur:  Rien Floris

’Huh, is dat de kookwekker?’, flitst er door mijn hoofd. Maar tegelijk voel ik het trillen in mijn broekzak. Een onbekend nummer. Als dat maar geen Nigeriaan is die mijn bankrekening wil om een erfenis van een onbekende tante met me te delen, of een energiebedrijf, ik heb al energie!

Ik leg John Steinbecks ‘East of Eden’ op de bank. 0519, dat is een nummer in het noorden. Het zal toch niet? ‘Ja, hallo’, zeg ik. Nooit je naam zeggen als je een onbekend nummer opneemt, want dan kopiëren ze je stem en voor je het weet, plukken ze je kaal. 

‘Hoi, Rien. Met Dick, dat is lang geleden.’ 

Wow, Dick aan de telefoon. Ik spring terug naar de jaren zeventig van de vorige eeuw. Twee jongens met twee emmertjes water. Zemen, sponzen en autoshampoo. Op de zaterdagmarkt in Hoorn bieden we ons aan als autowassers. Voor een tientje uw auto blinkend schoon. De ene zaterdag lopen we binnen, de andere dag lukt het niet en zingen we ‘Bad luck is all I have’, van Eddie Harris. Dick leert me dat er meer muziek is dan B.B. King, Herman Brood en Blondie: Jazzrock. Eind van de middag verdrinken we een deel van de opbrengst in de Espressobar en ’s avonds gaat de rest op in café Bruintje en dancing Maxim. Wij zijn de jongens die durven dansen, de rest hangt autistisch aan de kant. 

We liften door Engeland, schrijven onze avonturen op in een schoolschriftje, roken zware shag, worden dronken, verliefd (soms op dezelfde), verdrietig en dan weer dronken. 

Dick die Jan de Hartog op zijn nachtkastje heeft liggen, kiest voor de scheepvaart, ik voor de journalistiek. En daar gaat het mis. Hij op een zeesleper en ik bij kranten stukjes schrijven. Hoorn verdwijnt met zijn haven, dancing en café’s in de historie. 

Tientallen jaren later spoor ik hem op. Hij is dichterbij dan ik dacht, maar midden in een scheiding en dat helpt niet. Bij zijn volgende huwelijk ben ik op de bruiloft in Holwerd, daar waar de boot naar Ameland vertrekt. Het zeemansleven was het niet, nu woont hij bij de zee en werkt in de zorg. 

Holwerd-Amsterdam is twee uur rijden over de Afsluitdijk en een paar minuten meer door de polder. Ver misschien, maar toch niet voor wereldreizigers zoals wij, die niet meer hoeven te liften? Toch lijkt het onoverbrugbaar. Nog één keer zien we elkaar en dan dooft het contact uit.

‘The thrill is gone’, zingt B.B. King met zijn Lucille. Misschien is dat het, maar we hadden toch zoveel samen? En dan hoor ik dat hij dood is, veel te jong. Had ik misschien, had ik maar, had ik… 

Jaren later merk ik dat ik hem nog mis: een vriend om mee op pad te gaan, waar ik alles mee kan delen. Maar gelukkig belt ie. Toch…

‘Jeetje Dick! Hoe is het?’

‘Prima, we hebben elkaar vorig jaar toch ontmoet op een camping en jullie busje had zo’n mooie luifel, waar heb je die gekocht?’

Ik schrik op uit mijn overpeinzing door de vreemde stem en verzucht: ‘Ben je daar nog? Welke Dick heb ik eigenlijk aan de telefoon?’

1 gedachte over “Ja, hallo”

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar boven