Auteur: Frida van Til

Onder een zwarte zware deken ga ik met een vol hoofd op terug-naar-geluksreis.
Ik zie op een vergeelde polaroidfoto een tiener en haar slanke moeder
neergevleid op een frisgroene alpenhelling. In de verte steekt haar vader alvast de barbecue aan.
Er mag nog vlees op.

Ze breekt stukjes van een witte baquette met vette brie geen weet van voedselwetten.
Nog even wacht ze tot de rode zon verdwijnt achter haar vriend, de besneeuwde bergtop.
Dan gaat ze rozig slapen in een geblokte flanellen pyjama op een iets te hard luchtbed.
Tegen de vrieskou zachte sokken aan.

Drie graden wijst het weerstation in de voortent aan als ze hoognodig moet plassen.
Haar voeten worden pimpelpaars bij een zoektocht naar de hurktoiletten in de nacht.
Een warme plas spettert in het gat en het bruine doorspoelwater kleurt haar enkels.
Gelukkig heeft ze een wc-rol onder haar arm.

De foto glijdt uit mijn handen vochtig van tranen die met de tijd niet zijn opgedroogd.
Hield ik het daar in de augustuszon- en sneeuw niet droog van gelukzaligheid, in het hier en nu vecht ik met mijn demonen en grimmige honden om niet te verzuipen in het leven.
De bergen die ik beklom, zijn nu ontembaar.

1 gedachte over “Klim”

  1. Mooi gedicht, Frida! Naar een plek van vroeger door een foto, herinneringen, en dan terug naar het pijnlijke heden. Het begint en eindigt met bergen. Heel beeldend geschreven, met herkenbare details die het gedicht wat lucht geven. Zoals die geblokte flanellen pyjama op een iets te hard luchtbed bijvoorbeeld.

Reacties zijn gesloten.

Scroll naar boven