Auteur: Renate Nelissen

Het is een tijd geleden, dat ik aan je heb gedacht. Tijdens onze middelbare schooltijd raakten we bevriend. Jij was net zo’n dromerige tiener als ik. Onze hersens waren hongerig, maar ook ons hart, niet alleen naar kennis en boekenwijsheid, maar vooral naar het leven. We ontdekten in die jaren, dat we beiden van kunst, muziek en gedichten hielden. We zaten vol romantische ideeën. We kregen in dezelfde vriendengroep voor het eerst verkering. We bespraken onze verliefde gevoelens en analyseerden het object van onze verliefdheid uit ten treure. Het verdriet was ook heftig, toen die verkering geen stand hield. Ook dat bespraken we eindeloos tussen de tranen door.

Sommige meisjes van zestien lopen met hun hoofd in de wolken, dromerig, op de tast zoekend hoe het leven en de liefde in elkaar zit. Iedere nieuwe ontdekking brengt grote emoties teweeg. Elke nieuwe liefde wordt beschreven in hoofdletters met een uitroepteken.

Niets liet ons onberoerd. Onrechtvaardigheid in de wereld zouden we bestrijden en alle leed moest worden overwonnen.

Wat zouden we nu tegen elkaar zeggen, als ik je zou bellen en zeggen: “ Hé, hallo Nadine, da’s lang geleden! Ik dacht ineens weer aan je. In een opwelling heb ik je gebeld. Ik heb me vaak afgevraagd hoe het je is vergaan na ons eindexamen.”

Zo zou het kunnen zijn gegaan, als het anders was gelopen in die zomer van 1977. We waren toen beiden achttien jaar. We zaten net op kamers en studeerden in verschillende steden. Jij was die zomer met een groep nieuwe studievrienden liftend op vakantie naar Griekenland vertrokken. We hadden afgesproken, dat je daarna bij mij zou komen logeren. Daar is het nooit meer van gekomen…

“Nadine, er was zoveel verdriet en verslagenheid, toen aan het eind van die zomer je moeder me belde. Al je spullen waren door haar handen gegaan. Ze zocht je in haar radeloosheid in alles wat er nog van je restte. Ze had onze logeerafspraak in je agenda gevonden. Ik werd overdonderd door haar immense verdriet.”

Terwijl ze me vertelde over het verschrikkelijke ongeluk, zag ik je voor me: Jij was zo’n mooi, blond meisje. Je liep schijnbaar onstuitbaar op je lange benen gretig het leven tegemoet, totdat je liftend op de terugweg vanuit Griekenland in die vrachtauto stapte.

Met horten en stoten vertelde je moeder, dat op de ringweg rond Parijs de chauffeur -in een moment van onoplettendheid- op een stilstaande file was ingereden. Zijn vrachtauto vloog in brand. Je was reddeloos verloren tegen de tijd dat er eindelijk hulp arriveerde.

Toen brak ik ook. Ik stond te snotteren in de hal bij de enige telefoon van ons studentenhuis. Je moeder fluisterde, dat ze me graag nog eens zou zien, omdat ik zo op je leek… Ik kreeg het benauwd en stamelde ten afscheid, dat ik haar een keer zou bellen.

“Nadine, ik moet je iets bekennen:  Ik ben laf geweest. Ik ben nooit bij je moeder langs gegaan. Dat spijt me zo. Kun je me dat vergeven? ”

4 gedachten over “Nadine”

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar boven