Auteur: Beatrix Jubithana

We waren bij een kliniek, ik had aangeboden met je mee te gaan, je zat met vragen en ik maakte me zorgen over wat je recent in je verwarde toestand had geuit en de vele emoties die daaraan vooraf gingen. Jij wilde weten wat er precies met je was gebeurd.
Bij de specialist vroeg ik je of je wilde dat ik erbij was en je gaf aan van wel, want ik wist toch alles van je. Ik weet niet meer waarom maar bij de reden van ons consult begon ik maar met het verhaal, met de inleiding, en ja ik ben een erg emotioneel persoon en mijn stem sloeg wat over bij het weergeven van het relaas.
Naderhand toen we buiten waren keek je me wat geïrriteerd aan, en gaf aan dat mijn stem beefde.  Ik gaf daarop geen antwoord maar het raakte me heel erg dat je zo naar me keek, ik kroop in mijn schulp, en inwendig vroeg ik me af of je je voor mij schaamde. Ik sprak me op dat moment niet uit, misschien geschrokken van je bijna vijandige, verwijtende reactie. Achteraf baalde ik, dat ik niks terug zei en dat ik niet van me heb afgebeten of simpel gewoon uitgelegd, van: ‘hè, dit is wie ik ben, ik ben verantwoordelijk voor mezelf en als er iemand is die er zich over moet schamen dan ben ik dat; bovendien ga ik me echt niet voor mezelf schamen, ik accepteer het van mezelf dat ik emotioneel ben en ja het helpt als ik daar beter mee leer omgaan zodat ik me beter kan uiten tegenover wie dan ook’.
Jammer, ik had tenminste van jou, mijn beste vriend, de liefde van mijn leven die me naar jou eigen zeggen meer dan 30 jaar kende toch wat meer ondersteuning verwacht. In gedachten dacht ik ook ‘maak je geen zorgen om mij, ik kom er ook wel, voor nu focus op jouw herstel, op jouw verhaal en jouw twijfels, daar waar we voor waren gekomen bij de specialist’.
Ik was teleurgesteld en geschokt, want jij was degene van wie ik tenminste had verwacht dat je mij met al mijn zwaktes kende en accepteerde. Mijn reactie kort daarna heeft ook gemaakt dat ik dingen zei waar ik later spijt van had; je vroeg me om ergens te gaan eten, om mijn jaardag waar je niet bij had kunnen zijn nog te vieren, ik gaf één grote tjoerie¹ daarop, omdat je dat gemist had.
Had ik dat maar niet gedaan, de kans nog wat kostbare tijd met je door te brengen was verkeken. Misschien had ik dan nog rustig mijn punt kunnen maken over wie ik ben en mijn verwachtingen van jou, hierover. Wat me in jou intrigeerde, en wat ik waarschijnlijk van je had moeten leren, was het makkelijk en vlot kunnen praten, jou sterke kant, en daarnaast meer van me af te leren bijten, en gewoon mezelf te zijn.

¹ tjoerie: misprijzend, afkeurende geluid, gemaakt tussen getuite lippen (omschrijving van Karin Amatmoekrim, Surinaams-Nederlandse neerlandica, auteur)

1 gedachte over “Spijt”

Reacties zijn gesloten.

Scroll naar boven