Auteur: Reinie Wijsman

Het is 9 uur, mijn dochter komt koffie drinken. Ik zei: ‘Hoi leuk dat je er bent.’ Dat was de bedoeling maar ik sprak een volledig onbekende taal.
Zij keek me verbijsterd aan en ik probeerde niet in paniek te raken. Tijdens nieuwe pogingen bleef wartaal. Ik kon er nog net uitpersen 112 bellen. De ambulance kwam snel, ze vroegen hoe laat het begonnen was. Ik weet het niet, praat niet tegen de muur. Snel naar het ziekenhuis, dochter volgde op de fiets.

In het ziekenhuis aan de slangen en de meters, al snel een CT-scan. ( ik kon alweer een beetje gewoon praten). Ik werd in het apparaat geschoven, de aardige broeder zei: ‘laat het maar over je heen komen.’
Wat moet je anders. Terug naar de spoedeisende hulp en daar begon het grote wachten. Na een paar uur lag ik op een zaal met 10 mensen, die kwamen en gingen. De hele dag onder controle en ook nog een nachtje.

Ik lig wakker in het donker te staren, er wordt een meneer binnen gebracht met een vrouw die wat rondscharrelt, ik voel me niet veilig. Het is druk met verpleegkundigen die met bedden heen en weer rennen. Ik moet plassen, lig aan de slangen en de alarmbel is op de grond gevallen ik kan er niet bij. Ik krijg het steeds benauwder, de andere mensen slapen, het is stil met af en toe een zuchtje of een snurkje.
Ik ben gaan roepen, gelukkig maak ik niemand wakker, net op tijd komt er iemand.

Ik doe die nacht geen oog meer dicht, er gebeurt van alles. Uit het raam zie ik bomen, ik lig op de 2e verdieping zo hoog zijn die bomen toch niet.
Op het fietspad langs het water rennen joelende kinderen in het zonnetje. Het is nacht en het ziekenhuis  ligt toch niet aan het water. Er zal toch niet weer iets aan de hand zijn met mijn hoofd. Ik voel mijn pols die is wat snel, maar er gaan nergens alarmbellen rinkelen. Ik ga op mijn rug liggen dan heb ik de minste last van alle slangen, slapen lukt niet. Ik hoor gekraak en geritsel boven mijn hoofd van een stukje papier, naast het papiertje een beest, het lijkt een grote spin die langzaam mijn kant op schuift. Ik ken geen spin die papier eet, uit het raam zie ik weer rennende kinderen langs het water en het beest zakt een stukje naar beneden. Ik druk mijn hoofd in het kussen sla een deken om me heen kijk met een oog door een kiertje om het beest in de gaten te houden.

Het wordt langzaam ochtend , er komen verschillende mensen de zaal op. Een van de medepatiënten heeft een feest. Vanwege het feest werd er een productie geoefend. Het raam was een beeldscherm, het beest was een veer die het aanstuurde.

Na een aantal controles mag ik naar huis. Ik voel nu iedere ochtend mijn pols en praat tegen de muur.

2 gedachten over “Vervreemding”

  1. Jorie van Leeuwen

    Reinie, wat een eng verhaal. En ik begrijp dat het nog echt gebeurd is ook! Ik hoop, dat je iedere dag heldere taal kan praten tegen de muren. Of: nodig mij uit om tegen aan te praten……Lieve groetjes, Jorie.

  2. Mooi kort verhaal over een ingrijpende gebeurtenis uit jouw leven. De details maken de verwarring heel invoelbaar en door de laatste zin besef je dat het verhaal helaas nog niet ten einde is. Sterkte!

Reacties zijn gesloten.

Scroll naar boven